Ga direct naar hoofdcontent

Woningen gebouwd tussen 1925 en 1965

Stappenplan voor energiezuinig en aardgasvrij wonen

Woningen gebouwd tussen 1925 en 1965

Woningen uit deze periode hebben vaak typische elementen zoals houten vloeren, enkel glas met glas in lood elementen en karakteristieke erkers. Ook zijn er vaak hoge plafonds en nog originele houten begane grondvloeren. Bij woningen uit deze periode werd nog geen cv-systeem standaard toegepast. Gaskachels of houtkachels zorgen voor het verwarmen van de woning. In sommige gevallen zorgen doorstroomgeisers voor warm tapwater.

In deze bouwperiode werden nog geen enkele eisen gesteld aan de energiezuinigheid van woningen. Wel werd de spouwmuur geïntroduceerd om vochtdoorslag te voorkomen en zo vochtproblemen tegen te gaan. Er veranderde ook het een en ander rondom ramen: eind jaren ’40 werd dubbel glas op de Nederlandse markt geïntroduceerd en vanaf eind jaren ’50 werd het met een nieuwe techniek mogelijk om grotere ramen te produceren. Ook werd in de jaren ’50 werd veel zacht hout gebruikt voor kozijnen.

In woningen gebouwd tussen 1925 en 1965 kunnen de volgende ‘problemen’ worden aangetroffen:

Isolatie

  • Ongeïsoleerde, ondiepe spouwmuren waar niet altijd spouwmuurisolatie toegepast kan worden

  • Koude voeten in de winter door een ongeïsoleerde houten vloer

  • Warmteverlies door ongeïsoleerde pannendaken met houten dakbeschot

  • Warmteverlies door ongeïsoleerde platte daken bestaande uit een houten balkenlaag met dakbedekking

Ventilatie

  • Tocht in huis door natuurlijke ventilatie en slechte naad- en kierdichting

  • Tocht in huis door koudeval, veroorzaakt door verschil in temperatuur binnen en kou van buiten van de ramen

  • Verbouwingen uit verschillende periodes waarbij al iets van isolatie is toegepast maar verouderd kan zijn

  • Ongeïsoleerde schuren omgebouwd tot woonruimte

  • Een of meerdere ongeïsoleerde aanbouwen met vloeren op het zand en enkel- of halfsteens muren

Verwarming

  • Ontbreken cv-systeem en nog lokale verwarming zoals gaskachels

  • Verouderd cv-systeem

Overig

  • Dakbedekking mastiek wat zich in vergaande staat van ontbinding bevindt en voor lekkages kan zorgen

  • Kozijnen van zachthout waarin houtrot is ontstaan waardoor de kozijnen moeten worden vervangen

  • Houten balken in kruipruimte van originele houten vloer met houtworm, houtzwam of andere vorm van aantasting

  • Oude meterkasten met ouderwets stoppensysteem

  • Asbest in onderdelen van de woningschil. Vanaf 1945 tot de jaren ’80 werd asbest veelvuldig toegepast in woningen.

Energiezuinig maken van woningen uit 1925 - 1965

De meest toegepaste slimme maatregelen om woningen uit de periode 1925 tot 1965 energiezuinig te maken, zijn gericht op isoleren, goede ventilatie voor een gezond binnenklimaat en deels of geheel opwekken van eigen elektriciteit. Het beste is om de grotere maatregelen toe te passen als er zich een natuurlijk moment voordoet. Moet bijvoorbeeld de dakbedekking worden vervangen? Kies dan meteen voor goede dakisolatie vanaf de buitenzijde. Zijn de kozijnen aan vervanging toe? Kies dan gelijk voor het beste isolerende glas.

Stap 1: Isoleren

Dakisolatie binnenzijde

De componenten waar de meeste warmte door verloren gaat, wilt u idealiter als eerste aanpakken. Dat zijn bij oude woningen vooral de ongeïsoleerde spouwmuur en ongeïsoleerde dak en vloer. Daarnaast zijn er in de woning veel naden en kieren te vinden die voor veel ongewenste infiltratie van de koude lucht zorgen. Denk daarbij aan de aansluiting van het dak op de muren of leidingdoorvoeren door begane grondvloer naar de kruipruimte.

Luchtdicht isoleren is een belangrijkste eerste stap. Maar als u met isolatie aan de slag gaat is het verstandig om dit direct optimaal te (laten) doen. Daar staan weinig meerkosten tegenover en dit is voor de meeste woningen ook goed mogelijk. Toch zijn er ook maatregelen die niet direct optimaal uitgevoerd kunnen worden. Stel dat het isoleren van de muren niet mogelijk of wenselijk blijkt, maar u wilt wel uw woning geschikt wilt maken voor het verwarmen met lage temperatuur dan is dat te compenseren door bijvoorbeeld het dak met een extra goed te isoleren. Hierbij speelt ook het oppervlak van het dak ten opzichte van de muur een rol.

Isolatiepakket voor woningen uit 1925 - 1965:

De minimale Rc-waarden hieronder zijn gericht op lage temperatuur verwarming (LTV). Voor veel oorlogse woningen komt er een midden temperatuur oplossing (zie plannen van de gemeente). Hiervoor is minder isolatie vereist dan bij lage temperatuur.

Muurisolatie

Als de spouwmuur diep genoeg is, kunt u spouwmuurisolatie laten aanbrengen (redelijke isolatie). Een Rc van 1,7 of meer is wenselijk. Is de spouwmuur niet diep genoeg? Dan kunt u binnen- of buitengevel isolatie toepassen. Kies in dat geval voor een goede isolatiewaarde van Rc 3,5 of meer. Meer informatie over muurisolatie vindt u hier.

Dakisolatie

U kunt dakisolatie toepassen aan de binnen- of buitenzijde van het dak met een goede isolatiewaarde van minimaal Rc 3,5. Meer informatie over dakisolatie vindt u hier.

Vloerisolatie

Als er een kruipruimte is van minimaal 35cm diep(gemeten vanaf de houten balken), kunt u vloerisolatie met een goede isolatiewaarde van minimaal Rc 3,5 laten aanbrengen. Bij vloerverwarming isoleert u het liefst nog beter met een isolatiewaarde van Rc 4,5. Is uw kruipruimte niet diep genoeg, is bodemisolatie een goed alternatief. Meer informatie over vloer- en bodemisolatie vindt u hier.

Isolerend glas

Als uw kozijnen nog in goede staat zijn, kies dan voor goed isolerend HR++ glas in de bestaande kozijnen. Als de kozijnen aan vervanging toe zijn vanwege houtrot of om een andere reden, dan is zeer goed isolerend HR+++/Triple glas de beste keuze. Meer informatie over isolerend glas vindt u hier.

Stap 2: Ventileren

Naarmate een woning beter wordt ingepakt door isolatie, lucht- en dampdichte folies en goede naad- en kierdichting, komt er minder schone en vooral koude lucht naar binnen. Precies de bedoeling natuurlijk. Het is wel belangrijk om dan goede ventilatie toe te passen voor voldoende zuurstof in huis en het afvoeren van vocht. Het is zonde om veel te investeren in goede isolatie om warmte binnen te houden en tegelijkertijd te blijven ventileren door het openzetten van ramen of roosters.

Ventilatieoplossingen voor woningen uit 1925 - 1965

Met balansventilatie met warmteterugwinning zorgt u voor voldoende zuurstof in huis, afvoer van vocht en voorkomt u onnodig warmteverlies. Bij warmteterugwinning wordt de warmte uit de afvoerlucht overgedragen aan de binnenkomende lucht.

Grote verbouwing? Kijk dan meteen naar de mogelijkheden om goede centrale vraaggestuurde balansventilatie aan te leggen met warmteterugwinning.

Kleine verbouwing? Kies voor decentrale balansventilatie met warmteterugwinning. Hierbij wordt er één apparaat toegepast per (grote) ruimte in de gevel. In slaapkamers is dit vaak minder relevant als er niet verwarmd wordt. Er moet dan wel op een andere manier geventileerd blijven worden om vocht af te voeren en voldoende gezonde binnenlucht te verzorgen.

Meer informatie over ventilatieoplossingen vindt u hier.

Stap 3: Zonne-energie

Foto van zonnepanelen op een schuin dak

Zonne-energie komt gratis en voor niets op het dak van uw huis terecht. Heeft u voldoende ruimte op het dak van uw woning? Dan is het slim om daar iets mee te doen door zonnepanelen of zonnecollectoren te plaatsen. Daarmee wekt u duurzaam elektriciteit en/of warmte op die bovendien kan zorgen voor een flinke besparing op de energierekening.

Meer informatie over zonnepanelen vindt u hier.

Meer informatie over zonneboilers vindt u hier.

Aardgasvrij maken van woningen uit 1925 - 1965

Om in de toekomst aardgasvrij te kunnen wonen is het belangrijk te begrijpen wat het betekent om een bestaande woning van het aardgas af sluiten. Aardgas wordt in een oude woning vooral gebruikt voor verwarming (80%). Koken (5%) en het gebruik van warm tapwater (15%) maken een veel kleiner deel uit van het gasverbruik.

De grootste hoeveelheid aardgas wordt dus in de meeste woningen besteed aan het verwarmen van de woning. Daarom zijn isoleren en goed ventileren essentieel in het aardgasvrij krijgen van een woning: het helpt de warmtevraag van een woning zo veel mogelijk te verminderen.

Na het toepassen van isolatie en goede ventilatie kan een woning op een energiezuinige manier aardgasvrij worden verwarmd. Wat daarvoor nodig is, wordt hieronder besproken.

Stap 4: Aardgasvrij verwarmen

Bij iedere woning is het belangrijk om te weten wat er in de toekomst aan voorzieningen worden aangelegd in de wijk om de woning duurzaam van warmte te voorzien. Deze plannen (Transitievisie Warmte) van de gemeente zijn eind 2021 bekend gemaakt. U kunt zich voorbereiden met maatregelen die altijd interessant zijn, omdat ze uw energierekening verlagen.

Oplossingen voor aardgasvrij verwarmen voor woningen uit 1925 - 1965

Er zijn op dit moment drie voor de hand liggende oplossingen om een woning te kunnen verwarmen zonder aardgas.

Aardgasvrij verwarmen op lage temperatuur: warmtepomp of lage temperatuur warmtenet

Verwarmen op lage temperatuur (LT) gebeurt met temperaturen van maximaal 50 graden. Elektrisch verwarmen wordt meestal gedaan met een warmtepomp. Een andere manier is met infraroodverwarming. Infraroodverwarming is stralingswarmte en voelt net als een terrasverwarmer.

Verwarmen met een warmtepomp gebeurt met water door het cv-systeem op lage temperatuur. Dit gebeurt ook bij een LT warmtenet. Met een LT warmtenet wordt water met maximaal 50 graden naar de woning vervoerd, wat wordt gebruikt voor de verwarming en het warme tapwater.

Voor verwarmen op lage temperatuur moet het warmte afgiftesysteem in de woning geschikt zijn. Systemen die geschikt zijn voor het afgeven van warmte op lage temperatuur zijn vloerverwarming en lage temperatuur convectoren.

Meer informatie over warmtepompen vindt u hier.

Meer informatie over infraroodverwarming vindt u hier.

Om woningen uit deze periode op lage temperatuur te kunnen verwarmen, is eerst zeer goede isolatie, naad- en kierdichting en ventilatie met warmteterugwinning nodig.

Aardgasvrij verwarmen op midden temperatuur: midden temperatuur warmtenet

Bij verwarmen op midden temperatuur (50 - 70 graden) wordt met een medium temperatuur (MT) warmtenet water naar de woning vervoerd wat wordt gebruikt voor de verwarming en het warme tapwater. Bij hele oude radiatoren kan het zijn dat deze moeten worden aangepast om warmte op deze temperaturen te kunnen afgeven.

Om woningen uit deze periode energiezuinig op midden temperatuur te kunnen verwarmen is een verbetering van de isolatie nodig.

Aardgasvrij verwarmen op hoge temperatuur: hoge temperatuur warmtenet of groen gas oplossing

Bij verwarmen op hoge temperatuur (70 - 90 graden) wordt door een hoge temperatuur (HT) warmtenet water naar de woning vervoerd, wat wordt gebruikt voor verwarming en warm tapwater. Er hoeft niks aan het verwarmingssysteem aangepast te worden.

Bij een groen gas oplossing hoeft alleen de cv-ketel aangepast te worden. Wel wordt aangeraden om te werken met een hybride warmtepomp, omdat groen gas heel duur zal zijn.

Om woningen uit deze periode met hoge temperatuur te verwarmen hoeft niets aangepast te worden in de woning. Het verbeteren van isolatie op natuurlijke momenten is altijd een goede stap om de energiekosten omlaag te brengen.

Besparen op gas voor warm tapwater: badkamer verbouwen

Als u plannen heeft om de badkamer te gaan verbouwen en een nieuwe frisse uitstraling te geven, is dit ook het moment om na te denken over energiebesparende maatregelen die u in de badkamer kunt toepassen. Het is mogelijk om een douche met warmteterugwinning te installeren. Bij dit systeem wordt warmte uit het afvoerwater teruggewonnen. Deze warmte wordt vervolgens gebruikt om het schone koude water wat naar de mengkraan gaat vast voor te verwarmen. Op die manier bespaart u gas voor het verwarmen van tapwater.

Een andere slimme zet is een waterbesparende douchekop. Door het water te mengen met lucht, ervaart u een net zo comfortabele douchestraal terwijl er minder warm tapwater wordt gebruikt. Ook zo bespaart u op gas voor het maken van warm tapwater.

Een aantal woningtypes uitgelicht

Elke woning is anders en verliest warmte op een andere manier. Hieronder staan kort de verschillende type woningen benoemd en hun eigenschappen.

Vrijstaande woningen

Vrijstaande woningen uit deze periode hebben vaak 2 tot 4 woonlagen met 4 tot 6 kamers. Een vrijstaande woning heeft in verhouding veel muuroppervlak. Doordat er een relatief ondiepe en ongeïsoleerde spouwmuur is betekent dit dat er veel energie verloren gaat door de gevel. Ook gaat veel warmte verloren via het relatief grote ongeïsoleerde dak. Als er veel glasoppervlakte is, gaat ook hier veel warmte door verloren.

Hoek- en twee-onder-een-kapwoning

Twee-onder-een-kapwoningen en hoekwoningen uit deze periode hebben vaak 3 tot 4 woonlagen met 4 tot 5 kamers. Deze typen woningen hebben in verhouding veel muuroppervlak. Doordat er een relatief ondiepe en ongeïsoleerde spouwmuur is betekent dit dat er veel energie verloren gaat door de gevel. Ook gaat veel warmte verloren via het relatief grote ongeïsoleerde dak. Als er veel glasoppervlakte is, gaat ook hier veel warmte door verloren. Vaak hebben twee-onder-een-kapwoningen nog een (geschakelde) ongeïsoleerde schuur. Als dit als woonruimte wordt gebruik en er wordt hier gestookt, gaat ook hier veel warmte verloren.

Tussenwoningen

Bij tussenwoningen uit deze bouwperiode is na de oorlog veel traditionele systeembouw toegepast. Tussenwoningen hebben in verhouding veel dakoppervlak en relatief veel glasoppervlak ten opzichte van het geveloppervlak. Er gaat daarom veel warmte verloren via het dak en de ramen. Ook is er slechte naad- en kierdichting.

Appartement

(Zie ook Woning in VvE verduurzamen)

Appartementen uit deze bouwperiode zijn vaak traditioneel gebouwd met gemetselde wanden en gevels, en vloeren en dakbeschot van hout. Ze hebben vaak 1 tot 2 woonlagen met 2 tot 4 kamers. Appartementen hebben in verhouding veel glasoppervlak ten opzichte van het geveloppervlak. Er gaat daarom veel warmte verloren via de ramen. Afhankelijk van de positie van het appartement gaat via andere componenten van de schil van het appartement warmte verloren. Zo gaat bij een appartement op de hoek onder het dak ook veel warmte verloren via de gevel en het dak. Er is vaak lokale verwarming en er zijn keukengeisers.

Bent u huurder?

(Zie ook Een energiezuinige (huur)woning)

Een groot deel van de appartementen uit deze bouwperiode wordt verhuurd. Als huurder bent u beperkt in wat u kunt doen, omdat u afhankelijk bent van uw verhuurder.

Monumenten

(Zie ook Monument verduurzamen)

Monumenten kunnen vaak niet zomaar verbouwd of gerenoveerd worden door historische kenmerken van de woning. Denk hierbij aan glas in lood elementen, specifiek gevelaangezicht, en karakteristieke elementen in de woning zoals houten balken en schouwen. Maatregelen zoals buitengevelisolatie of zonnepanelen vallen vaak af, omdat dit het aangezicht van de woning aantast. Maatregelen die mogelijk wel toegepast mogen worden zijn dakisolatie aan de binnenzijde, binnengevelisolatie en vervangen van glas in bestaande kozijnen. Glas in lood is hier een uitzondering op. Ga altijd wat uw mogelijkheden zijn bij het omgevingsloket van de gemeente.

Kosten en besparingen

Een woning gebouwd tussen 1925 en 1965 aardgasvrij en toekomstbestendig maken betekent een behoorlijke verbouwing en daar zijn ook wat investeringen voor nodig. De kosten verschillen sterk per woningtype en zijn ook afhankelijk van het woonoppervlak. Een groter vrijstaand huis heeft iets meer arbeid en materiaal nodig om deze te verduurzamen vergeleken met een tussenwoning. Ook is het afhankelijk van wat er al aan een woning gebeurd is door de jaren heen.

Wat zijn de kosten en besparingen?

Onderstaande kosten en besparingen zijn gebaseerd op het prijspeil van januari 2024.

Onderstaande kosten en besparingen zijn voorbeelden. Ze zijn gebaseerd op de bouwstandaarden in de bouwperiode 1925 tot 1965 en een 3 persoons huishouden. Er is geen rekening gehouden met eventuele verbeteringen of verbouwingen die na de bouw aan de woning zijn uitgevoerd. De werkelijke besparingen zijn afhankelijk van veel factoren zoals hoe u uw woning verwarmd of gebruik maakt van ventilatie.

Isolatie

Het volledig isoleren van een gemiddelde tussenwoning kost ongeveer €18.300 (exclusief subsidie). Bij een gemiddelde vrijstaande woning liggen de kosten voor volledige isolatie rond de €34.000 (exclusief subsidie). Met volledige isolatie wordt de isolatie van het dak, spouwmuur, vloer en het glas bedoeld. Een geïsoleerde woning bespaart ten opzichte van een compleet ongeïsoleerde woning ongeveer 40% op de gasrekening. De isolatie is dan ook goed genoeg om de woning op een lage temperatuur te verwarmen. 

Naad- en kierdichting

Woningen die gebouwd zijn tussen 1925 en 1965 hebben vaak veel naden en kieren. Goede naad- en kierdichting is relatief goedkoop en kan het comfort in huis flink verhogen. U kunt tot €100 besparen door alle naden en kieren in huis te dichten.

Ventilatie

Een goed ventilatiesysteem (balansventilatie) met warmteterugwinning kost al snel €10.000. Een mechanisch ventilatiesysteem is goed voor het binnenklimaat en daarmee ook voor uw gezondheid. Daarnaast bespaart u met goede warmteterugwinning flink op de gasrekening. Jaarlijks bespaart u 15% tot 30% ten opzichte van ventilatie zonder warmteterugwinning.

Zonne-energie

Een set zonnepanelen voor een eengezinswoning kost gemiddeld tussen de €4.000 en €5.000. Daarmee bespaart u ongeveer 80% op de elektriciteitsrekening.

Duurzaam verwarmen

Met het aanleggen van een verwarmingssysteem dat geschikt is voor voor lage temperatuur maakt u uw huis energiezuinig en voorbereid op de toekomst. Bijvoorbeeld met vloerverwarming en/of lage temperatuur convectoren. Voor een gemiddelde tussenwoning kost dit ongeveer €10.000 en voor een gemiddelde vrijstaande woning €15.500.

Een hybride warmtepomp kost ongeveer €7.000 (exclusief subsidie) en daarmee bespaart u ongeveer 70% op het gasverbruik voor verwarmen. De cv-ketel gebruikt u dan nog voor het maken van warm tapwater of op hele koude winterdagen.

Een all-electric warmtepomp (lucht) kost ongeveer €12.500 (exclusief subsidie). Daarmee is uw woning (bijna) helemaal aardgasvrij. Met een all-electric warmtepomp bespaart u minstens €215 per jaar op de kosten voor het vastrecht voor gas (als u ook elektrisch kookt). Daarbij komt de besparing op uw energieverbruik voor verwarmen en warm water. Deze besparing is afhankelijk van het overgebleven gasverbruik na het nemen van isolatiemaatregelen, naad- en kierdichten en energiezuinige ventilatie.

Het aansluiten op een warmtenet kost in 2024 ongeveer €5.250. Hierbij komen nog extra kosten als de afstand tussen woningen en de hoofdleiding van het warmtenet meer dan 25 meter is. Met een aansluiting op een warmtenet is uw woning aardgasvrij.

Als er een alternatieve vorm van gas in plaats van aardgas in uw wijk komt, zijn er geen aanpassingen nodig aan het warmteafgiftesysteem. Het is nog onbekend hoeveel het gaat kosten om aan te sluiten op een groen gasnet. Let op, de verwachting is dat zeer weinig woningen (minder dan 10%) van groen gas gebruik gaan maken in de toekomst. Dat komt doordat er weinig groen gas beschikbaar is en het duur is om te produceren.

Elektrisch koken

Om echt volledig aardgasvrij te wonen is het ook noodzakelijk om elektrisch te gaan koken. Het aanschaffen van een inductie- of keramische kookplaat en de nodige aanpassingen aan de meterkast kost ongeveer €2.500. 

Slim energie besparen

Slimme besparingen zoals ledverlichting, leidingisolatie of een waterbesparende douchekop verdient u vaak binnen 1 à 2 jaar al terug.

Wat zijn de voordelen?

Maandelijks betaalt u een aardig bedrag aan de energiemaatschappij voor elektriciteit en gas. Dat is best zonde, want u kunt dat geld ook investeren in energiebesparende maatregelen die uw woongenot verhogen en uw energierekening verlagen. Bovendien toont onderzoek aan dat investeren in duurzame maatregelen een positief effect heeft op de woningwaarde.

Schatting jaarlijkse energielasten van een tussenwoning en een vrijstaande woning uit 1925-1965 met 3 personen

In 2024 betaalt u voor gas en elektriciteit waarschijnlijk ongeveer €3.000 voor een tussenwoning en €5.000 voor een vrijstaande woning. 

Wij gaan ervan uit dat de energieprijzen 2% per jaar stijgen. Dat betekent dat u in totaal over 15 jaar €58.000 voor een tussenwoning en €92.700 voor een vrijstaande woning heeft betaald voor gas en elektriciteit als u geen maatregelen treft.

Door energiebesparende maatregelen te nemen verlaagt u de energiekosten over 15 jaar met ongeveer €44.500 voor een tussenwoning en tot €70.000 voor een vrijstaande woning. Dat zijn flinke besparingen.

Andere voordelen

  • Lagere energierekening

  • Meer woningwaarde

  • Beter energielabel

  • Vermindering CO2 uitstoot

  • Verhoging van woongenot en gezondheid

  • Aanpakken van gebreken

  • Toekomstbestendige woning

Subsidies en leningen

Er zijn landelijk en lokaal verschillende subsidies en leningen beschikbaar voor het financieren van energiebesparende maatregelen.

Landelijke subsidieregelingen

ISDE subsidie: Isolatie

Met de ISDE (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing) kunt u onder andere subsidie krijgen op de investering in isolatiemaatregelen. U kunt de subsidie al aanvragen vanaf 1 maatregel. Het subsidiebedrag hangt af van welke maatregel u uitvoert en hoeveel vierkante meters er geïsoleerd worden.

Tip: uw subsidiebedrag voor isolatiemaatregelen verdubbelt als u meer dan één isolatiemaatregel uitvoert. Dit geldt ook als u een isolatiemaatregel combineert met de installatie van een warmtepomp, zonneboiler of aansluiting op een warmtenet. Vraag hiervoor subsidie aan binnen 24 maanden na het uitvoeren van de eerste maatregel. Kijk voor alle voorwaarden en de precieze subsidiebedragen per maatregel op de website van de RvO.

U heeft geen recht op subsidie als u al eerder een andere subsidie voor dezelfde type(n) isolatiemaatregel(en) heeft ontvangen. Als u andere soorten isolerende maatregelen laat uitvoeren wel.

ISDE subsidie: warmtepomp, zonneboiler, aansluiting warmtenet of elektrische kookvoorziening

Aanvullend op de isolatiemaatregelen is de ISDE ook aan te vragen voor warmtepompen, zonneboilers, een aansluiting op een warmtenet en een elektrische kookvoorziening. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het soort warmtepomp en zonneboiler. Bij een aansluiting op een warmtepomp en de installatie van een elektrische kookvoorziening is de subsidie een vast bedrag.

Meer informatie over ISDE en een rekentool voor het berekenen van uw subsidiebedrag vindt u op de website van de RvO.

Hulp nodig bij het aanvragen van ISDE?

Soms is het ingewikkeld om subsidie aan te vragen. Er zijn verschillende bedrijven die u hiermee kunnen helpen. Ga hiervoor naar ons vakspecialisten register en filter op 'subsidies'. U vindt dit filter onder het kopje 'Financieel advies'. Klik op de knop hieronder om naar het vakspecialisten register te gaan.

Lokale en regionale subsidies

Naast de landelijke subsidies, zijn er ook in specifieke gemeentes of regio’s initiatieven beschikbaar gesteld om investeringen in energiebesparende maatregelen te stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan subsidies voor groene daken, aardgasvrij wonen of speciale leningen met 0% rentetarief.

Meer informatie over subsidies, leningen en fiscale regelingen vindt u op onze website onder het kopje subsidies, of via de Energie Subsidiewijzer.

Btw regelingen   

Op dit moment profiteert u van een verlaagd btw-tarief op isolatiemaatregelen. Voor vloer-, dak-, spouwmuur- en glasisolatie geldt een verlaagd btw-tarief van 9% (normaal 21%) op het arbeidsloon. Let op, dit geldt dus niet voor de materialen!

Vanaf 1 januari 2023 is de btw op de aanschaf en installatie van zonnepanelen afgeschaft. Het btw tarief is omlaag gegaan van 21% naar 0%. Hier vindt u meer informatie over de btw terugvragen over zonnepanelen.

Leningen

De Energiebespaarlening is door de overheid in het leven geroepen om particulieren te stimuleren te investeren in het verduurzamen van de woning. U kunt tot maximaal 25.000,- euro lenen voor energiebesparende maatregelen. Wilt u de woning renoveren tot Nul Op de Meter (NOM-woning), dan kunt u zelfs tot 65.000,- euro lenen. U betaalt een aantrekkelijke rente die gedurende de hele looptijd van de lening vaststaat. Meer informatie vindt u op de website van de Energiebespaarlening.

De Duurzaamheidslening wordt door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) in samenwerking met provincies en gemeenten lokaal aangeboden tegen gunstige voorwaarden. Meer informatie vindt u op de website van de Duurzaamheidslening.

Financiering via uw hypotheek

Ook is het bij verschillende banken mogelijk om energiebesparende maatregelen te financieren in de hypotheek van de woning of door het afsluiten van een speciaal groendepot. Informeer bij uw bank voor de mogelijkheden.

Wat is de volgende stap?

Checklist aanvinken
  1. Breng uw situatie in kaart met een eigen plan: wat zijn uw energielasten over de komende 15 jaar en welke natuurlijke momenten voor verbouwing of renovatie komen er aan?

  2. Bepaal uw eigen ambities: wilt u uw energierekening omlaag krijgen, uw comfort verhogen, of liever zo snel mogelijk van het aardgas af ongeacht de plannen van de gemeente?

  3. Bekijk in het bovengenoemde stappenplan welke stappen u nu al kunt nemen.

  4. Achterhaal wat er al bij u in de buurt gebeurt: zijn er collectieve acties waar u aan mee kunt doen?

  5. Informeer bij de gemeente hoe het staat met de 'transitievisie warmte' en wacht tot deze plannen rond zijn voor u grote kostbare ingrepen doet (tenzij het een natuurlijk moment is: bijvoorbeeld dakbedekking betekent is meteen mee-isoleren!)

  6. Meer informatie over de verschillende maatregelen? Ga naar de Woning verbeteringen.

  7. Op zoek naar bedrijven om mee aan de slag te gaan? Kijk bij vakspecialisten.

  8. Benieuwd naar financieringsmogelijkheden? Bekijk de mogelijke subsidies en leningen.

Heeft u een vraag voor ons?

Stuur ons gerust een e-mail of pak de telefoon. Ons team zit voor u klaar van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.30 uur.


3 dames van de klantenservice met telefoon, laptop en headset
Team Klantenservice